Meestal rol ik dus met mijn ogen, scrol gauw verder en probeer het hete gedoe rondom die Veiligheidsladder (SCL) te vergeten. Immers, ik woon veilig (voor zolang het duurt, want slechte ideeën kennen geen grenzen) in het Hoge Noorden en daarmee is het relatief ver van mijn bed.
En toch, het blijft me vakmatig dwarszitten. Daarom zal ik het er nog maar eens een keer over hebben. De SCL is gebaseerd op een aantal fabeltjes. Ik pik er even twee uit, namelijk de illusie van homogeniteit en het overdreven vertrouwen in certificering.
Organisatiecultuur is homogeen?
Mensen hebben het meestal over 'de veiligheidscultuur' van een organisatie. Dit suggereert dat de cultuur binnen die organisatie homogeen is. Dat we overal binnen de organisatie hetzelfde zullen aantreffen. De meesten van ons zullen uit eigen ervaring kunnen beamen dat dit niet het geval is. Binnen een organisatie werken dingen bij de administratie anders dan bij de technische dienst, sales of productie.
Deze verschillen zijn noodzakelijk om het werk van die verschillende afdelingen op een goede en efficiënte manier uit te voeren. Administratie is wellicht meer formeel, gestuurd door nauwkeurige boekhoudkundige regels en hun directe lijn met de bedrijfsleiding. De technische dienst moet problemen snel oplossen als er iets misgaat en is gericht op improvisatie. Terwijl sales met name op de klanten is gericht en die gouden bergen belooft, zelfs als productie die misschien niet kan leveren.
Gemiddelde trede zonder betekenis
Dat maakt het problematisch om te spreken van één organisatiecultuur. Zelfs als er veel gelijkheden binnen een organisatie bestaan, zullen er ook altijd nuances zijn. Het is dus onwaarschijnlijk dat de hele organisatie zich op één trede bevindt, meestal is de organisatie gelijktijdig op verschillende niveaus. Soms afhankelijk van het organisatieonderdeel, soms afhankelijk van het onderwerp.
Even aangenomen dat je 'iets' kunt meten, dan zal het resultaat van een certificering een soort van 'gemiddelde trede' aangeven die geen werkelijke betekenis heeft. Wat als de meeste afdelingen het best goed doen, maar de onderhoudsclub er met de pet naar gooit? Het doet me denken aan het verhaal van de meneer met een gezonde gemiddelde lichaamstemperatuur van 37 graden. Helaas liep het slecht met hem af, met zijn hoofd in het fornuis en zijn voeten in de diepvries...
Overigens kun je natuurlijk een veiligheidscultuur of organisatiecultuur ook niet los zien van nationale en regionale culturen. Deze zijn veel sterker dan een organisatiecultuur. Ik denk alleen maar even aan de grote verschillen tussen Nederlandse en Britse medewerkers die ik heb ervaren in mijn offshore-periode. Bijvoorbeeld waar het gaat om de behoefte aan procedures en de bereidheid om risico's te nemen.
Certificering als panacee?
De laatste decennia wordt certificering gezien als een oplossing voor de meeste problemen. Als gevolg daarvan zien we een ware wildgroei op alle niveaus: persoonlijk, bedrijven, systemen en producten. Certificering heeft positieve kanten, maar ook belangrijke negatieve neveneffecten.
Een belangrijk negatief effect is dat velen in verband met certificering in de regel doen wat ze moeten doen om aan de eisen te voldoen, en niets meer. We kiezen graag de makkelijkste weg (leren voor het examen), in plaats van dat we doen wat nodig is om de eigenlijke achterliggende bedoeling te vervullen. Dit is een typisch voorbeeld van een middel dat tot doel wordt verheven. Certificatie is geen doel op zich, het is slechts een middel.
Er ligt bovendien een omgekeerde logica aan ten grondslag. De redenatie is uiteraard dat een goed bedrijf zonder moeite een goede score zal behalen. De selectie bij gunning van werk verloopt echter op basis van een certificaat. En aan dat certificaat zie je niet of het gaat om de beste van de klas, iemand die met de hakken over de slot ging of iemand die erin geslaagd is de boel voor de gek te houden.
Mij zijn al verhalen verteld van gevallen waar de audit Trede 4 opleverde, omdat men de auditors kon overtuigen zonder in de praktijk vakmensen te observeren. Zo selecteer je aannemers met uitsluiting van anderen en kun je ogenschijnlijk aantonen dat dit zorgvuldig is gebeurd.
SCL valt ten prooi aan ISO-ziekte
De SCL zal ongetwijfeld ten prooi vallen aan de ISO-ziekte, waarbij er op zeer beheerste wijze rotzooi wordt geproduceerd terwijl iedereen de illusie heeft kwaliteit te vervaardigen. En nee, dat is geen kinderziekte van het gedoe rond de Veiligheidsladder, dat is inherent aan alle soorten certificering.
Dan zijn er nog de gigantische incentives die de goede bedoelingen zullen ondermijnen. Tenslotte is een eis in de trant van "Als je deze trede op de veiligheidscultuurladder behaalt, dan gunnen we jou een miljoenenklus" een enorme stimulus! Wat je meet is wat je krijgt.
Als je van je aannemers eist dat ze ISO-gecertificeerd zijn, dan zullen ze dat ISO-certificaat behalen. Als je van je aannemers eist dat ze nul LTI's (Lost Time Injury, letsel of ziekte door werk met dag(en) verzuim, red.) hebben, dan kun je er donder op zeggen dat ze een aangenaam laag aantal ongevallen registreren.
Als je van je aannemers een bepaalde trede op de cultuurladder eist, dan zullen ze er echt wel voor zorgen om tenminste die trede te bereiken. Ik neem aan dat als je van hen eist om aantoonbaar tenminste 1% marsmannetjes in dienst te hebben, een redelijk aantal aannemers dit zal kunnen documenteren.
En dus... helpt SCL voor meer veiligheid?
Draagt de SCL bij aan verbetering van veiligheid? Misschien, een beetje. Net zoals ISO 9000 kwaliteit heeft verbeterd. Al zijn de geleerden het daar trouwens niet over eens en is het bewijs hiervoor in het beste geval gebaseerd op verhalen en niet op gedegen onderzoek.
Net zoals bij ISO moeten we ons ernstig afvragen: is het de papierbende, clutter en negatieve neveneffecten waard? Ik heb er een hard hoofd in! Maar helaas, net zoals ISO voor veel bedrijven niet echt een keuze is, kleven er te grote belangen aan de SCL.














