Japan is het meest vergrijsde land ter wereld: 20 procent van de 127 miljoen zielen tellende bevolking is 65-plus. Dit jaar begint bovendien de grote uittocht van de naoorlogse generatie. De Japanse media noemen dat het ‘2007-probleem’. De komende kwarteeuw verlaten tien miljoen mensen de arbeidsmarkt.
Hiroshi Ebihara (63), werkt in een fabriek van Mayekawa MFG, een producent van compressors voor koelmachines. Hij vertelt aan Reuters dat hij net zo lang door werkt als het bedrijf hem wil hebben. "Jonge medewerkers vragen mijn hulp bij het lezen van werktekeningen."Volgens zijn chef, de 33-jarige Yasuhiro Sasaki, is het enthousiasme en de ervaring van oudere medewerkers onmisbaar voor zijn team en hebben ze ook meer energie dan jongere werknemers.
Voor veel ouderen in Japan is het pure noodzaak om door te werken, want de grens voor het recht op volledig pensioen gaat geleidelijk omhoog van 60 naar 65 jaar. Niet alle ouderen lukt het overigens om werk te vinden. Bij Pasona staan achtduizend gepensioneerden ingeschreven, maar slechts een tiende heeft een baan. Grootste obstakel is de betaling. Bedrijven zijn niet bereid de lonen te betalen die de ouderen vóór hun pensioen gewend waren.
Volgens Atsuchi Seike, hoogleraar arbeidseconomie aan de Keio-universiteit van Tokio, is het niet voldoende als bedrijven de pensioenleeftijd optrekken. Ze moeten ook meer jongeren interesseren voor geschoold werk. Twee miljoen Japanners tot dertig jaar hebben geen fulltimebaan. Een half miljoen is een zogenoemde Neet (not in employment, education or training). Die doen niets. Ze leven op kosten van hun werkende ouders.











