Met name bij grotere bedrijven kan een prominente positie in de centrale ondernemingsraad of ondernemingsraad positief uitpakken, stelt Rienk Goodijk, hoogleraar interne arbeidsverhoudingen en corporate governance aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Er is momenteel meer kans om je te profileren. Meer dan in het verleden zijn er hele gevoelige onderwerpen aan de orde, zoals het functioneren van bestuurders en toezichthouders, of de beloning van de top.’
Terwijl de onderwerpen waarover de or zich buigt complexer zijn dan voorheen, is de top van het bedrijfsleven ook meer dan voorheen ontvankelijk voor de visie van de cor en de or, meent Goodijk. ‘Bestuurders zijn kwetsbaarder geworden als gevolg van het hele corporate governance debat’, zegt hij.
Doordat (c)or-voorzitters vaker dan voorheen door de media worden benaderd om hun visie toe te lichten, kunnen ze zich zowel binnen als buiten de organisatie profileren. Als or-lid kun je je in de kijker spelen bij het management; tijdens vergaderingen wordt immers direct overlegd met de directeuren of het bestuur. ‘Je slaat zo vijf managementlagen over. Een directeur weet wie je bent en wat je kunt,’ zegt or-voorzitter Jan den Boer van Rabobank Nederland.
In de gemiddelde onderneming is de c(or)-voorzitter iemand met status die respect kan afdwingen. Toch heeft medezeggenschapsexpert Goodijk nog geen cv gezien waarin het voorzitterschap van de (c)or expliciet wordt genoemd. Een misser, vind hij. ‘Ik verbaas me erover. Die ervaring zou juist nu op de cv moeten staan. Als een onderneming goed overleg serieus neemt – en vele doen dat – dan is het een plus.’




